Dodenherdenking Markt Gouda met Coornhert-tintje

Een grauwe vierde mei was het dit jaar. Met oorlogen op drie uur vliegafstand, dreiging van allerlei groeperingen die van binnenuit de jaarlijkse herdenkingsplechtigheid wilden verstoren en voorspelde hoosbuien was de jaarlijkse dodenherdenking er een die op zijn minst beladen was. Evengoed klaarde de lucht rond acht uur enigszins op en kon een behoorlijk gevuld Marktplein in Gouda luisteren naar diverse speeches van onder anderen burgemeester Pieter Verhoeve, die herinneringen ophaalde aan zijn oma en de manier waarop schaarste en dreiging werden beleefd in oorlogstijd. In het nu is het aan burgers, stil te staan bij het dogma ‘elke vreemdeling is een vijand’. Primo Levi, zelf kampgevangene en schrijver, stelde al dat wat toen gebeurde, altijd weer kan gebeuren. Waakzaamheid is dus geboden. Voordat oud-Coornherter Bram de Regt voorafgaand aan de twee minuten stilte de Taptoe blies, las junior-stadsdichter en tweedeklasleerlinge Brecht een mooi gedicht. Met de regels

‘Verzetshelden, groot of klein,

rekenen erop dat we hulp zullen bieden aan

wie dat nodig heeft omdat zij het niet hebben overleefd

Hun tranen zijn onze regen.’

raakte zij de essentie van een heel actuele bijeenkomst die de waanzin van oorlog en de noodzaak van herdenken, maar vooral het ernaar handelen, meer dan indringend onderstreept. Op het Coornhert, in Gouda, en liefst in de hele wereld.